Vanaf 1 april verandert de terugbetaling van 3 categorieën geneesmiddelen: de neussprays op basis van corticoïden, de sartanen voor de behandeling van hypertensie en de protonpompinhibitoren. De enige echte stijger zijn de neussprays. Een maatregel die de overheid oorspronkelijk wat onhandig heeft vermomd als rationele geneeskunde, maar die in werkelijkheid besparingen beoogt.
Neussprays op basis van corticoïden gaan van terugbetalingscategorie B naar Cx. Daarnaast kunnen deze neussprays voortaan vrij verkregen worden. In dat geval is er geen terugbetaling. De overheid had naar het einde van vorig jaar beslist alle neussprays op basis van corticoïden vrij toegankelijk te maken. “Om de overconsumptie van de ontzwellende sprays tegen te gaan”, schreef het kabinet-De Block. Om overconsumptie te vermijden, zou het ook mogelijk geweest zijn de ontzwellende sprays voorschriftplichtig te maken. Maar de overheid koos ervoor de toegankelijkheid van neussprays op basis van corticoïden te verhogen.
Na protest, met verwijzing naar de financiële implicaties van de maatregel voor chronische patiënten, werden dan toch een aantal producten in de receptuur gehandhaafd, zij het met een verhoogd remgeld. De betrokken producten zijn: Beclometasone Apotex®, Rhinocort Aqua®, Rhinocort Turbohaler®, Flixonase Aqua®, Avamys®, Nasonex® en generieken. Op de site van het Riziv lezen we: “Deze wijziging kadert in de besparingsmaatregelen van de ziekteverzekering genomen door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.”
De sartanen verhuizen van hoofdstuk IV naar hoofdstuk I. De prijs van een aantal van deze geneesmiddelen daalt (die op basis van olmesartan, valsartan + amlodipine, telmisartan + amlodipine).
De protonpompinhibitoren zien hun prijs, zowel voor de overheid als voor de patiënt, in de meeste gevallen gehandhaafd. Maar de terugbetaling van verpakkingen met meer dan 60 tabletten vervalt. Dat geldt voor omeprazol 40 mg, lansoprazol 15 mg en 30 mg, pantoprazol 40 mg en rabeprazol 10 en 20 mg. Deze verpakkingen worden ondergebracht in hoofdstuk IV, omdat men ze wil voorbehouden voor patiënten met het syndroom van Zollinger-Ellison en voor de nabehandeling bij ablatie van een Barrett-mucosa. Deze maatregel stoelt op een advies van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen, dat stelt stelt dat een behandeling van langer dan acht weken met een maagzuurremmer aan de hoogste dosering medisch niet gerechtvaardigd is, behalve voor de hoger genoemde indicaties.